Enkele 17e-eeuwse woorden
![]() |
Aanglimmen = ontvlammen, vlamvatten. Aide-de-camp = adjudant. Approviandeeren = van levensmiddelen voorzien. |
![]() |
Batterij = een aantal stukken zwaar geschut, samen opgesteld om een vijandelijke stelling te beschieten. Beguichelen = misleiden, een rad voor de ogen draaien. Bekreunen = bekommeren, zorgen maken. Beverasie = bibbers, rilling. Bevlammen = in brand steken, beschieten Bloedplakkaat = afkonding van de Inquisitie (kerkrechtbank). Bloodaard = lafaard. Braveeren = trotseren. Bravo = sluipmoordenaar (Italiaans). Busschieter = soldaat belast met het onderhoud van het geschut. |
![]() |
Casak = reisrok met wijde mouwen. Chroniqueur = kroniekschrijver, jaarboekschrijver. Contumacie = weerspannigheid aan de wet, bij verstek Couragewater = sterke drank (schertsend) |
![]() |
Deern = meisje. Deten-tu = Sta. Disch = tafel. Doodeter = klaploper, iemand die ten laste van een ander leeft. Drinkpenning = fooi. Drossaard = drost, baljuw, schout, 'commissaris van politie'. |
![]() |
Falie = regenmantel voor vrouwen. Flenters = stukken, mootjes. Fopperij = bedrog, misleiding. |
![]() |
Geheimschrijver = secretaris. Geleibrief = bewijs van vrijgeleide, laissez-passer, paspoort. Gereede penningen = contant geld. Gods stedehouder = de paus in Rome. Goedmaats = goed bevriend. Gramstorig = driftig, toornig. Grein = weefsel van kamelen- of geitenhaar en wol. Griffelen = inkrassen. Guur = stuurs, onvriendelijk. |
![]() |
Haan = haakje van een vuurwapen, dat het schot doet afgaan. Haardstede = stookplaats (letterlijk), woning, verblijf (figuurlijk). Hamei = traliehek. Hartsvanger = lang jachtmes. Heinde = dichtbij. Herwaarts = hierheen. Houppelande = japon. Huik = zijden of stoffen kapmantel. Huwlijkspand = kind. |
![]() |
Impetrant = eiser, verzoeker. In dorso = op de rugzijde, op de achterkant. In het breede = uitvoerig. Inblazen = influisteren (veelal in ongunstige zin). Indigo = heester waaruit een blauwe verfstof wordt gemaakt. |
![]() |
Jaagstuk = kanon op het voorschip, om op schepen, mensen, enz, te schieten waar men jacht op maakt. Jachtspriet = speer, gebruikt bij de jacht op wilde zwijnen. |
![]() |
Kaag = platgeboomd vaartuig met zwaarden, een enkele schuine mast en een halve boegspriet. Het voerde een sprietzeil en een of twee fokken. Kamenier = vrouwelijke lijfbediende bij een dame, kleedster. Kapellaan = priester van een kapel; geestelijke, die de pastoor assisteert; huisgeestelijke. Karmozijn = purper, hoogrood. Kartouw = kanon. Keur = verordening. Kluisteren = boeien, binden. Knevel = snor. Koen = dapper, stoutmoedig. Kornet = vaandrig (vaandeldrager). Krip = dunne doorschijnende meestal gekroesde, uit wol of ruwe zijde gemaakte stof voor dameskleren. Kuiperij = heimelijk samenspanning, omkoperij, samenzwering. Kwant = vent, gast, snuiter. Kwartier = verblijfplaats. Kwartier = genade. |
![]() |
Laken (zelfstandig naamwoord) = geweven wollen stof. Landziekig = heiwee hebben. Legaat = pauselijke gezant van de eerste rang. Legerstede = bed. Lettre de cachet = verzegelde brief. Lijder = patient. Lombard = lommerd, bank van lening, pandjeshuis (eigenlijk inwoner van Lombardije, een voormalig koninkrijk in Noord-Italie. De Lombarden waren de eersten, die deze banken in Europa oprichtten.). Lontstok = stok waarmee kanonniers het geschut doen losbranden. Losbranden = afvuren. |
![]() |
Maintineren = handhaven. Markbrief = schulbekentenis, kredietbrief Minnenijd = jaloezie. Mof = scheldwoord voor Duitser, eigenlijk voor iemand uit Westfalen. Mommerij = maskerade, veinzerij. Monteering = uniform. Mutineeren = aan het muiten slaan, oproerig (opstandig) worden. Mutsaard = eigenlijk takkenbos, maar later ging het woord over naar de brandstapel welkevan mutsaards gemaakt werden. Muzelman = mohamedaan, moslim. |
![]() |
Neep = schade, afbreuk, verlies. Noen = middag. |
![]() |
Obtineeren = verkrijgen. Onbewimpeld = openhartig, rondborstig, vrij uit. Onkiesch = niet fijngevoelig. Oorlam = rantsoen jenever, slokje, borrel. Ordonnantie = bevel, verordening. Overlieden = veermannen. |
![]() |
Paap = scheldwoord voor een rooms-katholiek (afgeleid van het Duitse woord Pabst = paus). Pan = de plaats waarin het buskruit ligt voor het afvuren van de musket c.q. vuurroer. Pasporteeren = uit de militaire dienst onslaan. Pernitieus = afvallig. Peryeel = gevaar. Plan d'attaque = aanvalsplan. Ponjaard = dolk, korte degen. Presomtueus = aanmatigend, verwaand. Pruim = een stuk tabak om op te kauwen. |
![]() |
Rabauw = schelm, schurk, galgenaas. Rakker = beulsknecht. Rif = lijk, geraamte, skelet. Roededrager = deurwaarder. Ruwaard = iemand, die bij het ontbreken van de landsheer, het land of gewest bestuurt, landvoogd. |
![]() |
Saai=wollen stof Sargie = gekeperde (de draden van het weefsel staan hier niet loodrecht op elkaar) wollen stof. Schaard = kerf, breuk. Schafting = eten. Schanskorf = cylindrische manden van vlechtwerk, van verschillende afmetingen. Ze worden gebruikt als bekleding van borstweringen van loopgraven en batterijen geschut. Men plaatste ze naast elkaar en vulden ze met aarde. Dit alles ter bescherming van de soldaten. Scharlaken = fijne wollen stof met een hoogrode kleur. Scheenschroef = martelwerktuig, waarin het onderbeen wordt vastgeklemd en hard aangedraaid wordt. Scheepsvoogd = gezagvoerder, kapitein. Schelf = hoop, stapel. Schendekeuken = iemand, die ondanks goed eten en drinken mager en bleek blijft. Schroomvalligheid = angst, vrees. Schutgevaarte houden = de kanonnen laten afschieten. Sectaris = volgeling, aanhanger. Sententie = vonnis. Sermoen = preek. Serpentijn = vrij licht, lang stuk geschut. Slang(stuk) = lang kanon van klein kaliber. Sluiphoek = schuilplaats. Smeerkaars = een van vet gemaakte kaars (deze waren goedkoper als een waskaars). Snaak = kluchtig persoon, knul, knaap. Snappen = kletsen, babbelen, praten. Sneven = sneuvelen. Snorker = opschepper. Spie = spion. Spitsbroeder = krijgsmakker, kameraad. Staat maken = vertouwen. Steekbrief = brief, die gewoonlijk in de dagbladen verschijnt, met verzoek aan de ambtenaren van het gerecht, om een ontsnapte misdadiger, wiens uiterlijk en kleding men beschrijft, te arresteren en uit te leveren. Stijfhoofdig = koppig. Stout = brutaal, dapper, moedig. Souverein = regeerder, vorst. |
![]() |
Ter sluiks = in het geheim. Trawant = begeleider, lijfwacht. Trosboef, trosjongen = pakknecht, drager in het leger. |
![]() |
Uitvorschen = opsporen, door onderzoek te weten komen. |
![]() |
Vaandrig = vaandeldrager (tegenwoordig laagste officierrang). Vendel = compagnie voetvolk onder een vaandel (vlag). Villain = schurk. Voorschoot = schort. Vork = steun voor de loop van een musket en vermindering van de terugslag bij het afschieten. Vorschen(d) = onderzoeken(d). Vuurpan = pan met vuur ter verwarming. (Vuur)roer = geweer, snaphaan. |
![]() |
Waardgelder = huursoldaten ter bescherming van een stad of gebied. Wambuis, buis = Mansbovenstuk dat het lijf van hals tot aan het middel bedekte. Weduwgift = geldsom of rente door de man vastgezet op zijn vrouw, ingeval hij voor haar komt te overlijden. Werda = wie is daar. Wicht = meisje. Wijk nemen, de = vluchten. Wijkplaats = veilige plaats, toevluchtsoord. Wraakgierig = naar wraak verlangend. |
![]() |
IJlhoofdig = dol, krankzinnig. |
![]() |
Zeilsteen = kompas. Zijdgeweer = sabel, degen. Zinkroer = kort vuurwapen, dat men vroeger in een bandelier (degenhanger) droeg, pistool. |
![[puerto/siren.gif] [puerto/siren.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/siren.gif)
Navigatie: Voorgaande: Liederen | Volgende: Enkele spaanse termen
![[puerto/letterA.gif] [puerto/letterA.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterA.gif)
![[puerto/letterB.gif] [puerto/letterB.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterB.gif)
![[puerto/letterC.gif] [puerto/letterC.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterC.gif)
![[puerto/letterD.gif] [puerto/letterD.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterD.gif)
![[puerto/letterF.gif] [puerto/letterF.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterF.gif)
![[puerto/letterG.gif] [puerto/letterG.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterG.gif)
![[puerto/letterH.gif] [puerto/letterH.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterH.gif)
![[puerto/letterI.gif] [puerto/letterI.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterI.gif)
![[puerto/letterJ.gif] [puerto/letterJ.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterJ.gif)
![[puerto/letterK.gif] [puerto/letterK.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterK.gif)
![[puerto/letterL.gif] [puerto/letterL.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterL.gif)
![[puerto/letterM.gif] [puerto/letterM.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterM.gif)
![[puerto/letterN.gif] [puerto/letterN.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterN.gif)
![[puerto/letterO.gif] [puerto/letterO.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterO.gif)
![[puerto/letterP.gif] [puerto/letterP.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterP.gif)
![[puerto/letterR.gif] [puerto/letterR.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterR.gif)
![[puerto/letterS.gif] [puerto/letterS.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterS.gif)
![[puerto/letterT.gif] [puerto/letterT.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterT.gif)
![[puerto/letterU.gif] [puerto/letterU.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterU.gif)
![[puerto/letterV.gif] [puerto/letterV.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterV.gif)
![[puerto/letterW.gif] [puerto/letterW.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterW.gif)
![[puerto/letterY.gif] [puerto/letterY.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterY.gif)
![[puerto/letterZ.gif] [puerto/letterZ.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/letterZ.gif)