Politiek in de 17e eeuw
Tijdens de zeventiende eeuw veranderde er in politiek opzicht veel in Europa op een wijze die de eeuwen daar voor niet mogelijk was geweest. Meer en meer verloren de oude edelen hun invloed op het landsbestuur.
Hiervoor zijn een aantal redenen aan te wijzen. Twee daarvan zijn geschriften van een groot aantal filosofen die het oude theocentrische, feodale wereldbeeld loslaten waar het de staatsindeling betreft. Anderzijds komen er steeds meer machtige handeleren en staatslieden die niet van adel zijn of niet uit belangrijke families komen,
Van oudsher stond de koning aan het hoofd van een groep vazallen (edelen) die het land bestuurden. De koning was een van hen; eerder de leider van hun vergadering, dan de absolute leider (de primus interpares: de eerste onder zijns gelijken).
Langzaam maar zeker wisten de koningen zich wel steeds hoger boven hun hertogen en geraven te verheffen, maar in wezen bleef dit feodale systeem ongewijzigd.
En dan God natuurlijk. Als de hoogte koning van allen stond deze boven alle vorsten, die op hun beurt weer een soort van Zijn vazallen waren.
Met de opkomst van de grote steden en de daarbij behorende handel verzamelen ""gewone" burgers steeds meer geld en dus macht. De vorsten lenen bij hen geld om hun oorlogen te kunnen voeren en worden steeds afhankelijker van deze nieuwe stand.
De Nederlanden zijn een goed voorbeeld van deze nieuwe situatie. Nadat het zich afkeerde van Philips de Tweede heeft het lange tijd (tot de 19e eeuw) geen koning gehad. Zo'n republiek was tot kort voor de 17e eeuw ondenkbaar geweest. Door de handel en de rijkdom daar uit voortvloeiend kon het landje zich meten met de grote natieën van Europa.
Een ander voorbeeld is het Engeland van Oliviier Cromwell. Deze republikein weigerde de kroon toen men hem na zijn staatsgreep tot koning wilden kronen.
De filosofen bedachten allerlei staatsvormen waarbinnen de burgers of zelfs allen inspraak hadden in de regering van het land. De eerste serieuze ideeën over democratie stammen al uit de 16 e en de 17e eeuw. Mensen als Thomes Moore, Descartes, Roussault, Spinoza en Hobbes speelden een belangrijke rol hierbij.
Logischerwijs werd de positie van God als de koning der koningen aangestast, nu het oude vazallen-principe verzwakte. De theologen plaatsen god steeds meer buiten zijn schepping en zagen hem steeds meer als een geestelijk wezen. Soms zelfs als iemand die de schepping in werking had gezet, maar het nu aan de mensen overliet deze te besturen.
Uiteraard viel dit slecht bij de koningen en hoge geestelijken van Europa. In bijna alle landen ziet men ook een strijd tussen republiekeinen en aanhangers van het traditionele feodalisme. Vaak in salons en wandelgangen, maar soms ook met bloedvergieten.
In Nederland vormt de strijd tussen prins Maurits (de stadhouder) en van Oldenbarnevelt (hoge functionaris van de Republiek) en de moord op de laatste hier een goed voorbeeld van.
In Engeland weet Charles de Tweede de zoon van Cromwell op zij te zetten en weer koning te worden, maar de engelse vorsten zullen voortaan altijd rekening moeten blijven houden met de House of Lords (een vroege vorm van democratie).
In Frankrijk gaan de dingen heel anders. Louis XIV weigert zijn macht nog langer te delen met de edelen. Hij dwingt ze regelmatig en langdurig naar het Versailles te komen waar hij ze goed onder controle kan houden. Ook dit breekt met het oude feodalisme. Zo wordt hij de eerste absolute monarch. Een staatsvorm die later door meer Europese vorsten geambieerd wordt.
Uiteraard lopen door deze sentimenten ook de verschillende godsdienstige sentimenten heen. Zo zijn de Franse Hugenoten tegen de koning en zijn katholieken en anglicanen te Engeland royalisten.
Een grote uitzondering lijkt Duitsland te zijn. Dit is nog tot in de 19e eeuw een bond van kleine prinsdommen, graafschappen, bisdommen en hertogdommen die eens in de zoveel tijd hun keizer kiezen uit hun midden.
![[puerto/siren.gif] [puerto/siren.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/siren.gif)
Navigatie: Voorgaande: Een korte historie van de kolonisatie van Noord Amerika (tot 1663) | Volgende: Geloof en bijgeloof in de 17e eeuw