de Franse Musketiers

Door de talloze Hollywoodfilms, en natuurlijk het wereldberoemde boek van Dumas, zijn de Franse musketiers tot in den treuren geromantiseerd. Van de échte achtergrond is hierdoor weinig over gebleven. Maar hoe zat het nu echt met die musketiers ? Daarover zijn historici het nog steeds niet helemaal eens. Maar een flink aantal historische feiten kunnen we hieronder wel noteren.

 

De musketiers werden in het jaar 1600 opgericht door de Franse koning Henry de vierde, die zijn leven niet zeker was door onder andere de strubbelingen tussen katholieken en protestanten. Een persoonlijke, honderd man tellende lijfwacht leek hem daarom een goed plan. De naam van een van deze lijfwachten, een zekere De la Force, wordt regelmatig genoemd. In 1610 kon zelfs deze trouwe militair een aanslag op het leven van de koning niet verijdelen. De koning werd in zijn eigen koets doodgestoken tijdens een koetsrit door Parijs.

 

De jonge koning Lodewijk de dertiende hield de "carabinieri", zoals ze toentertijd bekend stonden aan, en liet ze beter bewapenen : met musketten. Sindsdien stond de nog steeds exact honderd man tellende lijfwacht bekend als "musketiers". Kardinaal Richelieu, in 1615 aangesteld, wist zich in 1625 met hulp van de koningin op te werken tot premier van Frankrijk. In de musketiers zag hij wel toekomst, als speciale eenheid voor lastige opdrachten. Vooralsnog fungeerden ze echter nog als lijfwacht van de koning.

 

In 1616 verscheen een militair in beeld die zou uitgroeien tot een van de bekendste musketiers ooit. Jean-Arnaud Peyrer, graaf van Troisvilles, beter bekend als "Treville". Vanuit de Koninklijke garde werkte hij zich door zijn moed tijdens verschillende campagnes op tot cornet binnen de musketiers. In een van de eerste "bijzondere" missies van de musketiers, die niets met de veiligheid van de koning te maken had, wist hij een Spaanse generaal te ontvoeren. In 1634 werd hij wegens bewezen moed gepromoveerd tot kapitein-luitenant van de musketiers, de belangrijkste man na de koning zelf.

 

De geruchten over "speciale missies" waar de musketiers in het algemeen, en Treville in het bijzonder, bij betrokken waren in opdracht van koning Lodewijk waren niet van de lucht, tot de koning stierf in 1643 (kardinaal Richelieu overleed een jaar eerder; volgens sommigen zeer ongelukkig met Treville's intieme relatie met koning Lodewijk). Ook kardinaal Richelieu's opvolger, kardinaal Mazarin, was geen vriend van kapitein Treville. Een poging van Mazarin om hem zijn functie als kapitein op te geven ten gunste van een neef van de kardinaal zelf, liep op niks uit.

 

Gefrustreerd wist Mazarin in 1646 de koningin, voogdes voor haar minderjarige zoon Lodewijk de veertiende, ervan te overtuigen de musketiers te ontbinden, met als reden "het uitsluiten van onnodige uitgaven"; de musketiers kwamen op straat te staan en moesten voortaan zelf maar aan de kost zien te komen. Slechts twee ex-musketiers werden "overgeplaatst", naar de persoonlijke staf van kardinaal Mazarin zelf. In de daarop volgende jaren zouden ze fungeren als zijn persoonlijke lijfwacht en spionnen. De een, Besmaux, zou in de nevelen der tijd verloren raken. De ander, Charles de Batz-Castelmore, zou later onsterfelijk gemaakt worden door Dumas onder de naam van zijn graafschap : D'Artagnan.

 

In 1657 deed Mazarin een poging de musketiers nieuw leven in te blazen, als een onderdeel luisterend naar de naam "de grootse musketiers". Treville was, als boegbeeld, nog steeds niet van zins zijn positie van kapitein op te geven. Met slinkse tactieken wist kardinaal Mazarin hem uiteindelijk zover te krijgen zijn functie toch op te geven; hij ging met pensioen en keerde terug naar zijn landgoed Troisvilles. In 1658 werden de musketiers vervolgens voorzien van grijze paarden, en verrassend "de grijze musketiers" gedoopt. In 1660 werd daar een tweede regiment van 150 manschappen aan toegevoegd, uitgerust met zwarte paarden. Dit tweede onderdeel van "zwarte musketiers" zou echter altijd in lager aanzien blijven staan dan de "oorspronkelijke" honderd musketiers. Als persoonlijke lijfwacht van de koning namen ze posities op aan weerszijden van de koning tijdens zijn campagnes. (Als de koning niet persoonlijk aanwezig was, fungeerden ze als de lijfwacht van de legerleider ter plaatse.) In 1658 werd Charles de Batz-Castelmore ("D'Artagnan") weer toegewezen aan "de grootse musketiers", in een leidinggevende positie. In 1665 zou hij kapitein van beide regimenten musketiers worden, wat hij zou blijven tot zijn dood in 1673, tijdens de belegering van Maastricht. Volgens de verhalen zouden vele musketiers zijn omgekomen tijdens het veiligstellen van het lichaam van hun geliefde kapitein, in de keel geraakt door een musketschot.

 

Beide regimenten musketiers werden ontbonden in 1776, om vervolgens in 1789 weer opnieuw opgericht te worden. Na de Franse revolutie werden de musketiers wederom opgeheven in 1791. Het huishouden van de Franse koning zou nog musketiers gehad hebben in 1814, die in 1815 definitief werden ontbonden.

 

[puerto/siren.gif]


Navigatie: Voorgaande: Wat vooraf ging | Volgende: Een korte historie van de kolonisatie van Noord Amerika (tot 1663)
Site thema: