Liederen
Al die willen te kap'ren varen
Al die willen te kap'ren varen moeten mannen met baarden zijn.
Jan, Pier, Jores en Corneel, die hebben baarden, die hebben baarden.
Jan, Pier, Jores en Corneel die hebben baarden, zij varen mee!
Al die ranzige tweebak lusten moeten mannen met baarden zijn.
Jan, Pier, Jores en Corneel, die hebben baarden, die hebben baarden.
Jan, Pier, Jores en Corneel die hebben baarden, zij varen mee.
Al die deftige pijkens smoren moeten mannen met baarden zijn.
Jan, Pier, Jores en Corneel, die hebben baarden, die hebben baarden.
Jan, Pier, Jores en Corneel die hebben baarden, zij varen mee.
Allen die met ons de walvis killen moeten mannen met baarden zijn.
Jan, Pier, Jores en Corneel, die hebben baarden, die hebben baarden.
Jan, Pier, Jores en Corneel die hebben baarden, zij varen mee.
Allen die dood en duivel niet luchten moeten mannen met baarden zijn.
Jan, Pier, Jores en Corneel, die hebben baarden, die hebben baarden.
Jan, Pier, Jores en Corneel die hebben baarden, zij varen mee.
![[puerto/puerto-bonny.jpg] [puerto/puerto-bonny.jpg]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/puerto-bonny.jpg)
Daar was laatst een meisje loos
Daar was laatst een meisje loos
Die wou gaan varen
Die wou gaan varen
Daar was laatst een meisje loos
Die wou gaan varen als lichtmatroos
Zij moest klimmen in de mast
Maken de zeilen
Maken de zeilen
Zij moest klimmen in de mast
Maken de zeilen met touwtjes vast
Maar door storm en tegenweer
Sloegen de zeilen
Sloegen de zeilen
Maar door storm en tegenweer
Sloegen de zeilen van boven neer
Och, kap'teintje, sla me niet
Ik ben Uw liefje
Ik ben Uw liefje
Och, kap'teintje, sla me niet
Ik ben Uw liefje, zoals U ziet.
Zij moest komen in de kajuit
Kreeg een pak ransel
Kreeg een pak ransel
Zij moest komen in de kajuit
Kreeg een pak ransel, en toen was het uit.
![[puerto/puerto-vlag.jpg] [puerto/puerto-vlag.jpg]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/puerto-vlag.jpg)
Hollands vlag
Hollands vlag je bent mijn glorie
Hollands vlag je bent mijn lust
‘k Roep van louter vreugd victorie
Als ik je zie aan vreemde kust
‘k roep van louter vreugd victorie
Als ik je zie aan vreemde kust
Op de zee en aan de wal
Hollands vlag gaat bovenal
Op de zee en aan de wal
Hollands vlag gaat bovenal
Op de woelige baren
Een jonge zeeman kwam van boord, een forse blonde Noor.
Waar hij ook doolde op de zee, zijn stad was Baltimore.
Daar ergens in de havenbuurt, was er zo'n klein café.
Daar zong ze bij een harmonika, de zeemansliedjes mee.
Op de woelige baren, bij storm en bij wind.
Denkt hij steeds aan zijn blondje, dat vrolijke kind.
Zij leeft in zijn harte, zij zingt in zijn bloed.
Hij hoort nog haar stemme, in de eb en de vloed.
Toen zei hij op een keer, m'n schat.
Op heel het wereldrond, is er geen kind zo lief als jij,
en kuste op haar mond.
Ze zag hem lang en rustig aan, tot ze haar hart verloor.
Toen zei ze zacht, ik hou van jou, mijn forse, blonde Noor.
Op de woelige baren, bij storm en bij wind.
Denkt hij steeds aan zijn blondje, dat vrolijke kind.
Zij leeft in zijn harte, zij zingt in zijn bloed.
Hij hoort nog haar stemme, in de eb en de vloed.
De Noorman koos weer vrolijk zee,
want hij had nu zijn schat.
Toen kwam het nootlot op z'n weg,
dat hij vergeten had.
Z'n schip dat stootte op een klip,
toen was het gauw gedaan.
t Is in een woeste storm des nachts,
met man en muis vergaan.
![[puerto/puerto-zilvervloot.jpg] [puerto/puerto-zilvervloot.jpg]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/puerto-zilvervloot.jpg)
De Zilvervloot
Heb je van de Zilveren Vloot gehoord,
De Zilveren Vloot van Spanje?
Die had er veel Spaansche matten aan boord
En appeltjes van Oranje!
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden benne groot:
Zijn daden benne groot:
Die heeft gewonnen de Zilveren Vloot.
Die heeft gewonnen de Zilveren Vloot.
Zei toen niet Piet Hein, Met een aalwaerig * woord:
"Wel, jongetjes van Oranje,
Kom klim 'reis aan dit en dat Spaansche boord
En rol me de matten van Spanje!"
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden benne groot:
Zijn daden benne groot:
Die heeft gewonnen de Zilveren Vloot.
Die heeft gewonnen de Zilveren Vloot.
Klommen niet de jongens als katten in 't want
En vochten ze niet als leeuwen?
Ze maakten de Spanjers duchtig te schand,
Tot in Spanje klonk hun schreeuwen:
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden benne groot:
Zijn daden benne groot:
Die heeft gewonnen de Zilveren Vloot.
Die heeft gewonnen de Zilveren Vloot.
Kwam er nu nog eenmaal zoo'n Zilveren Vloot,
Zeg, zou jelui nog zoo kloppen?
Of zoudt gij u veilig en wel buiten schoot
Maar stil in je hangmat stoppen?
"Wel! Neerlandsch bloed,
Dat bloed heeft nog wel moed!
Al bennen we niet groot,
Al bennen we niet groot,
We zouen winnen, nog winnen, een Zilvervloot!"
We zouen winnen, nog winnen, een Zilvervloot!"
* ernstig en eenvoudig
Het Vrouwtje van Portobello
Hoort vrienden, hoort een lied
Dat duidelijk zal verklaren,
Wat eenmaal is geschied.
Voor meer dan honderd jaren,
Toen oud en grijs Portobello,
Bloeide op Terra Firma’s grond
En van zijn macht deed horen,
Door heel het wereldrond.
Daar in die rijke stad
Die jaarlijks duizend schepen,
Belaan met ‘s werelds schat
Haar haven uit zag slepen.
Daar leefde in roem en ere,
Een rijke weduwvrouw
Wier voorbeeld ons zal leren
Hoe hoogmoed voert tot rouw.
Geen koper, neen goud
Zo sprak zij, siert mijn woning.
En ‘t huis voor haar gebouwd
Scheen ‘t woonhuis van een koning.
‘t Was al wat de ogen zagen,
Vol vorstelijke praal,
En hoeft men niet te vragen,
De stoep was van metaal.
De leuning was zeer schoon
Uit louter goud gedreven
De deurknop scheen een kroon
Met paarlen omgeven.
En brede zilveren platen
Geklonken aan de grond
Bedekten al de straten
Zover haar woning stond.
Daar treedt een zeekapitein
Haar bij de haven tegen,
Wat, sprak zij, zal het zijn
Wat schoons hebt gij verkregen,
Wat heerlijks brengt gij mede
Uit zuidelijk gebied.
Uw schip ligt op de reede
Maar hoe, gij antwoord niet?
‘k Heb immers u belast
Het kostelijkst in te laden
Wat van de indianen was
En ‘t oog hier kan verzaden.
Wie zich aan prijs mocht storen,
‘k Vraag nimmer naar het geld,
De weduwe van Portobello,
Wordt niet teleurgesteld.
‘k Bracht cacao naar uw zin
Als edelst wat wij vonden.
Aan stuurboord kwam het in
Zoveel wij laden konden.
Hoe, gilt zij dol van zinnen,
Hoe, cacao ? lage guit,
Bracht gij ze aan stuurboord binnen
Zo werp ze aan bakboord uit.
Helaas, het kostelijk cacao
Werd in de vloed geworpen,
Een grijsaard zag het aan
Uit een der naaste dorpen.
Beef, sprak hij, o vrouwe,
Wellicht lijdt gij eens gebrek,
Dat nooit dit stuk u rouwe.
Zwijg, sprak ze, grijze gek.
Zij lachte en greep haar ring,
En wierp met luid geschater,
terwijl zij henen ging,
Hem weg in het woelige water.
Kijk, riep ze, dwaze kerel,
Eer geef de zee weerom,
Deez’ schone ring en parel,
Eer ik tot armoe kom.
Het duurde een dag of acht
Toen werd op haar verlangen,
Een grote vis gebracht
Zo pas in zee gevangen.
Maar sidderend zonk ze neder
Want reeds met de eerste snee,
Vond zij haar ring toen weder,
Laatst geworpen in de zee.
Daar treedt een dienstknecht in.
Uw schepen zijn verloren,
De zee zwolg alles is
Gods wraak rust op Portobello.
Een andere knecht snelt binnen,
En biedt een brief haar aan.
God, gilt ze woest van zinnen
Mijn glorie is vergaan.
Beroofd van goed en geld,
Veracht van wie haar kende,
Zoals de oude meldt,
Werd ze een slachtoffer der ellende.
Nog doet de nazaat horen,
Der hoverdij tot les
Hoe ‘t vrouwtje van Portobello,
Nog stierf als bedelares.
Ja hoogmoed wordt vernederd,
Is wissen van beschoren,
Het werd ons hier beleerd
Door ‘t vrouwtje van Portobello.
Wilt vrienden er aan denken,
Wat ook het lot u biedt,
Al wat u wordt geschonken
Doch hoogmoed past ons niet.
Meer zeemansliederen: http://zeemanslied.exactpages.com/ en http://www.dehondsrugzangers.nl/songteksten%20basispagina.htm
![[puerto/siren.gif] [puerto/siren.gif]](http://www.arcana.nl/uploads/images/puerto/siren.gif)
Navigatie: Voorgaande: Schepen van de 17e eeuw | Volgende: Enkele 17e-eeuwse woorden