Kronieken

De Bron 1 - "Vuurdoop"

Waar was jij toen Hendrik van Karnavon verdween? Die vraag krijg je vaak voor je kiezen als mensen horen dat je rond die tijd in Nieuw-Karnavon was. Nou, ik zat er midden in, en net als voor de rest van de gemeenschap was de klap voor mij enorm. Maar niet alleen voor ons ‘ouwe rotten’ van de kolonie was het zwaar, hoor. Hoe moet het wel niet geweest zijn voor die nieuwe lading kolonisten die net waren aangekomen? Die waren net mijlenver door de brandende woestijn getrokken, hadden aanvallen van agressieve Hagedismannen en fanatieke Abedah van zich af geschud, en wat kregen ze ervoor terug? Niet het rustige nieuwe begin dat hen was beloofd, maar een kolonie in een staat van opschudding omdat de man die alles bij elkaar hield opeens was verdwenen.

Natuurlijk probeerde iedereen na de eerste mislukte zoekacties gewoon door te gaan met zijn of haar leven. De kerk van de Jaden Hemelkeizer ‘offerde zich op’ en nam het bestuur over. Mensen kozen voor een carrière als huurling, soldaat of stadswacht, vonden een bepaald geloof, en enkele jonge tovenaars kozen een gilde, zoals de wet dat van hen vereist.

Helaas bleek de ellende nog maar net begonnen te zijn: Grootmoeder Azia en haar Hoeders kwamen doodleuk vertellen dat Hendrik een amulet bij zich droeg wat zij nodig hadden om de Zwarte Tombe verzegeld te houden. Als mensen dus niet door een horde ondoden uit hun bed gerost wilden worden, moest er snel een nieuw amulet gefabriceerd worden.

Zo gezegd, zo gedaan: de hele kolonie was in rep en roer, en vanuit de vreemdste hoeken weren allerlei zeldzame en minder zeldzame ingrediënten bij elkaar gesprokkeld. Terwijl de plaatselijke autoriteiten een spion van de Abedah executeerden en de bewering onderzochten dat een vrouw in de handelskaravaan ter plaatse een oorlogscrimineel uit Encique was, werd de amulet gesmeed en door tovenaars ‘opgeladen’. Maar het zwaarste deel moest toen nog komen. Tot slot moest de amulet door een aantal priesters ‘op een plaats van de dood’ ingezegend worden. Urenlang hebben die priesters op de begraafplaats gebeden lopen prevelen, en natuurlijk kwam daar ook de nodige ondode ellende op af. Maar ik moet zeggen dat we toen pas echt ontdekten wat voor vlees we met de nieuwe kolonisten in de kuip hadden. Tijdens het hele nachtelijke ritueel vormden zij een ondoordringbare cirkel om de priesters heen. Golf na golf ondoden weerden ze af, en hoewel sommigen van hen na enige tijd meer dood dan levend waren, hielden ze stand. Ik moet zeggen dat een ouwe veteraan als ik wel even een brok in de keel voelde bij het zien van zoveel eendracht en moed, hoor.

Maar goed, degenen die nog op hun benen konden staan, zijn daarna naar de Zwarte Tombe getrokken om het verzegelingsritueel uit te voeren. Maar, zoals zo vaak hier in de woestijn kan iets nooit meteen goed gaan. Blijkbaar vonden de Hagedismannen het wel best dat die Tombe open stond, want een van die schubbenkoppen mikte een of ander ding tegen de Tombe aan wat het hele ritueel verstoorde, en die eerder genoemde horde ondoden kwam alsnog naar buiten. Omdat zelfs de meest roekeloze avonturiers wel inzagen dat hiertegen knokken onbegonnen werk was, trokken ze zich tijdens de nacht terug in de handelspost, om de volgende ochtend bij daglicht een nieuwe poging te wagen.

Nadat een aantal ondoden de kolonie op ruwe wijze wekte, maakte iedereen zich op voor de tweede poging. Veldmaarschalk en Generaalspriester Alexander McCain kon intussen het gestuntel van de JHK’ers niet meer aanzien, en riep met de steun van de stadswacht de staat van beleg uit in Nieuw-Karnavon. De Generaalsmensen konden daarna meteen laten zien wat al exercities opgeleverd hadden, en baanden met een bijna foutloos uitgevoerde oprukkende linie een weg naar de Zwarte Tombe. Daar slaagden oma Azia en haar lichtdragers, waaronder een kersverse Natuurpaladijn, erin om eindelijk de Tombe weer voor een tijdje te verzegelen. Er was toen weer even rust in de kolonie, al duurde dat uiteraard niet lang.

Maar dat is weer een verhaal voor een andere keer...

Kroniek Bron 2 - "Troebele Wateren"

Sinds Hendrik weg is, is het er allemaal niet beter op geworden, zeg ik je. En de laatste tijd lijkt het alleen maar slechter te gaan.

Dat stelletje tuig in het zwart uit Redoban had de Bron vergiftigd, zodat iedereen er dood aan ging die er van dronk. De Hoeders waren in alle staten en toen sloeg die oger van ze ook nog op hol omdat hij geen Bronwater meer kreeg. De Bazaar verloor zijn bewaker die in een fles werd getoverd. En hun alchemiste werd gearresteerd; schijnt een of andere gifmengster te zijn geweest. Die lui van de Jaden Hemelkeizer hadden geen tempel meer en moesten zich maar behelpen in de herberg. Eigenlijk is alleen het geloof van de Generaal er op vooruitgegaan, met hun mooie nieuwe tempel. En ingewijd door een echte bisschop ook nog, die speciaal daarvoor naar ons kwam!

En dan nog wat: ik zeg je, er rust een vloek op het huis Karnavon! De moeder van Hendrik, barones Anna Pentalé van Karnavon, kwam helemaal hier naartoe gereisd om haar zoon te zoeken, samen met vrouwe Sachelle, de echtgenote van Hendrik. En verdomd als het niet waar is, ze worden bij vertrek gelijk aangevallen door huurmoordenaars! Die arme moeder van Hendrik hartstikke dood en zijn vrouw zwaargewond! Ik hoorde dat Gustav de doodgraver blijkbaar ook familie is. Dat wist ‘ie zelf niet, maar hij is blijkbaar een bastaard. Nou, ik wens hem veel geluk, onze “jonker Gaston” zoals hij zich nu noemt. Met zo’n familie leef je niet lang.

Gelukkig heeft iedereen geholpen om de Bron weer te zuiveren. En we hebben ook nog nieuwe bezoekers gekregen, de volgelingen van de Gever. Vriendelijke lui die je zomaar genezen als je dat wilt, maar ze zijn wel een beetje op zichzelf. Ach, ze zijn van harte welkom. Goden weten dat we wel wat hulp kunnen gebruiken, als je zo ziet wat er hier allemaal gebeurt…


Navigatie: Voorgaande: De spelregels | Volgende: De Karnavonse Bode
Site thema: