Verslagen van Wolfhagen

Wolfhagen 1 – een beeldverhaal

w1-foto ophangingDe nieuwe schout Johan Christiaan Daniël de Limpens kondigt zijn aankomst aan met de publieke ophanging van de gevangen genomen Bokkenrijder Bert Pennaerts – de broer van molenaarsvrouw Lena Mulder Pennaerts… Met de woorden “ik spuug op de keizerin van Oostenrijk!” gaat hij ten onder.Samen met zijn adjudant de Boetzelaer zet de schout de dorpelingen danig onder druk om naar vermeende Bokkerijders te wijzen. Maar iedereen in Wolfhagen houdt zijn kaken stijf op elkaar tegenover buitenstaanders. Voormalig schout en lokale notabele Willem-Josef Fabritius probeert de situatie te kalmeren.Ondertussen worden de dorpsbewoners vakkundig uitgeknepen door de belastingophaler namens de Vrouwe van Schinnen, de allervriendelijkste heer Baltus de Geus.

w1-processieDe hele zaterdag wordt er op het dorpsplein druk gewerkt aan de voorbereidingen voor de jaarlijkse processie van de Heilige Sint Servaas. Op het laatste moment dreigt de processie niet door te kunnen gaan omdat pastoor Adriaan van de Koerbelt onwel wordt. Gelukkig heeft dokter Hein Reynders nog een pil achter de hand om de pastoor iets op te peppen.
Op zaterdagnacht slaan de Bokkerijders toe tijdens de processie van de Heilige Sint Servaas. Er breekt op twee plaatsen brand uit en er ontstaat zoveel chaos en paniek, dat de Bokkerijders – ondanks de escorte door de oorlogsveteraan Joris de Waard – de belastinginner schijnbaar gemakkelijk zijn geld afhandig weten te maken.

w1-zwartVoordat bepaald kan worden of dit betekent dat er opnieuw belastingen geïnd moeten worden volgen de gebeurtenissen zich snel op. De notoire kroeguitbaters van ’t Slagthuys, de familie Zwart, worden vogelvrij verklaard.

In de nacht van zaterdag op zondag komt Adjudant de Boetzelaer bij een schermutseling om het leven. Schout de Limpens vertrekt naar Schinnen, naar verluid om versterking te halen…

Wolfhagen 2 – een vervolg

Krelis, stiefvader van molenaarsvrouw Lena komt zwaargewond en gemarteld in Wolfhagen aan. Twee rakkers uit Schinnen geven de opdracht door dat hij de volgende ochtend moet worden opgehangen – aan de galg waar een week geleden nog zijn zoon Bert hing… Beiden hebben bekend Bokkenrijders te zijn.

De spanning in het buurtschap is om te snijden: zullen de Bokkenrijders Krelis proberen te bevrijden? Zal Fabritius de ophanging tegenhouden?
Het loopt met een sisser af als Krelis plotseling overleden blijkt te zijn aan zijn verwondingen. De dokter en de doodgraver voeren hem af.

De Familie Zwart is niet langer vogelvrij, en is weer gewoon te vinden in hun kroeg ‘t Slachthuys. Alles bleek een simpel misverstand. De stomdronken en bedwelmde Henk Zwart wordt zelfs gekozen als marktmeester. Desondanks verloopt de traditionele jaarmarkt redelijk normaal. Er zijn allerlei lekkernijen en mooie waren te verkrijgen en de dorpelingen en buitenstaanders vermaken zich uitstekend. Zoals altijd doen er allerlei geruchten de ronde. Er is namelijk hoog bezoek aangekondigd…

wolfhagen-2_verslag-foto1
Dit blijkt de Vrouwe van Schinnen te zijn. Een allerlieflijkst maar mysterieuze dame. Jannes de Speelman organiseert een uitvoering van Halewijn; onder vakkundig juryschap blijkt de grootste pompoen die van Maria van de Koerbelt te zijn. Ze wint de varkenskop van Slagerij Kremers.

Maar er zijn ook grimmige gebeurtenissen. Er vinden ondervragingen plaats door de soldaten van von Daun. Vicaris du Blanchecourt krijgt een gruwelijk visioen waarin Wolfhagen wordt verzwolgen door hellevuur. Adjudant-schout Fabritius en barones van der Leyden vegen het bos ’s nachts leeg aangezien het gerucht gaat dat de Bokkenrijders ’s nachts in het bos samenkomen.

wolfhagen-2_verslag-foto2
’s Avonds breekt de hel opnieuw los. De school, waarin ook de kerkdiensten worden gehouden wordt in brand gestoken. Lerares Margaretha is in alle staten: “wie steekt er nu een school in brand?” Dat kunnen alleen die vervloekte bokkenrijders zijn. Zij hebben een schedel achtergelaten in het doopvont waarmee de kerk voorgoed is ontheiligd.

Later die nacht worden vliegende bokken gezien in het bos. Rakker Rafael Brooike: “Zowaar, ik heb het met mijn eigen ogen gezien, op het lijk van mijn dooie moeder zweer ik het; ik zag een bok vliegen door het holst van de nacht!”

Ondanks verwoede pogingen van het gezag is er nog steeds geen enkele Bokkenrijder gepakt; maar hun acties laten geen twijfel mogelijk. Ze bestaan. Von Daun verliest zijn geduld en pakt een vermoedelijke Zwarte Kapitein op: notabele en door het volk gekozen adjudant-schout Willem-Jozef Fabritius. Ook de Vrouwe van Schinnen, die ’s nachts in het bos is aangetroffen, is verdacht en wordt door van Daun in de boeien geslagen. De familie Zwart is opnieuw vogelvrij. En de dorpelingen van Wolfhagen laat het zich gebeuren.

wolfhagen-2_verslag-foto3
Met een zwartgeblakerde kerk vindt de zondagse dienst nu buiten plaats. Maar liefst twee “Zwarte Kapiteins” spreken de kerkgangers toe: jullie, Wolfhagenaren, hebben onze kapitein zomaar laten oppakken en afvoeren. Wij zullen ons wreken, jullie huizen zullen branden!


Wolfhagen 3 – het Einde

Graaf Von Daun keert terug naar Wolfhagen. Bakker Anton Brooike heeft onder helse martelingen bekend Bokkenrijder te zijn en wordt opgehangen. Zijn bloedeigen broer Raphael heeft als rakker de taak om de ophanging uit te voeren. Maar Raphael Brooike heeft gezworen korte metten te maken met die vervloekte bokkenrijders en geeft op het oog geen krimp.

DSC_0082.jpgMeest verdacht is de familie Zwart, die ’t Slagthuys hebben verlaten en zich verstopt hebben in het bos. Met behulp van de Moeder Overste houden zij zich daar in leven. Alle leden van de familie blijken de bastaardkinderen van Jonker Heinrich von Galen te zijn, die ten langen leste een erfgenaam nodig heeft. Kay loopt in het schootsveld van een soldaat en moet dit met zijn leven bekopen. Later wordt ook Henk door een rakker neergeschoten. Ervan overtuigd dat de dood van Henk de schuld van rakker Brooike moet zijn, schiet Ward hem dood. Dat moet hij met zijn leven bekopen; want Fabritius zelf maakt er een einde aan. Hannah en Suuske lijken mee te gaan in de grillen van hun vader en doen een poging zich beter te gedragen. Hij trekt ze mooie jurken aan en laat ze manieren leren.

De Habsburgse soldaten zetten nog twee galgen op in het buurtschap en er wordt een ultimatum gesteld. De eerste twee Bokkenrijders die zich melden wordt volledige amnestie beloofd. Zij moeten zich wel melden voor de noen de volgende dag. Lena Mulder bezwijkt onder de druk – haar man is verdwenen en de molen ligt in puin – zij biecht op dat haar broers en stiefvader bij de bende horen. Zij hoopt zo amnestie voor hen te krijgen. Maar zij zijn op de vlucht en kunnen geen namen noemen, onvoldoende voor de graaf.

Ondertussen arriveert gravin von Daun. Zij heeft een hartig woordje te spreken met haar echtgenoot die al die tijd in Wolfhagen verbleef omdat hij haar bedroog met de vrouw van zijn beste legermaat, Franz Moritz von Lancy.

online-1333Rond de middag loopt het ultimatum van de Habsburgers af. Zij slaan de handen ineen met de Heilige Roomsche Inquisitie en starten hardvochtige ondervragingen. Voormalige belastinginner Baltus de Geus en Dokter Reynders plegen beiden zelfmoord gedurende de ondervragingen die plaatsvinden in de school. De ondervragingen worden onderbroken wanneer de school plots in brand vliegt.

Wat hadden Baltus en Hein te verbergen? En wat moet Wolfhagen zonder dokter in deze onzekere tijden? Ironisch genoeg wordt von Daun zelf plotseling ziek. Hij komt niet verder met zijn onderzoek. Door de dood van zijn vrouw, door de hand van haar geliefde jachtopziener, is de graaf bovendien volledig aan het einde van zijn Latijn.

Daarom vertrekt hij vroeg in de avond. Huishoudster van de notaris, Helene Daniels, sluit zich aan bij de Habsburgers met het voornemen in het huwelijk te treden met soldaat Franz Leitner. Bij haar vertrek steekt ze notaris Looijmans met een mes, maar hij overleeft het.

De dorpelingen halen opgelucht adem, de ergste dreiging lijkt voorlopig voorbij… Totdat de gevreesde schout de Limpens verschijnt met een aantal rakkers. Hij pakt het onderzoek minstens zo fanatiek weer op. Bedelaar Pierke blijkt minder gehandicapt dan hij zich voordoet en schiet de schout neer voordat er conclusies worden getrokken. De rakkers zijn door anderen omgekocht en vertrekken met stille trom.

Hollandse diplomaat Lestevenon sluit een akkoord met de Bokkenrijders. Er zullen de komende tijd geen acties worden ondernomen, het dorp zal weer rustig worden en het zal zijn alsof de bende is verdwenen. Binnen jaren zal het gebied worden ingelijfd door de Republiek, met als ultieme doel dat er een nieuwe, negende soevereine provincie zal worden gevormd met zeggenschap in de Staten-Generaal.

DSC_0400’s Avonds verschijnt een brandende duivel en gemaskerde Bokkenrijders op het galgenveld. De Heilige Roomse Inquisitie overleeft dit treffen niet.

Het dorp ligt er gehavend bij. De molen ontploft, de school twee keer uitgebrand. Vele doden te betreuren en de dorpelingen verscheurd… Maar: Von Daun heeft de benen genomen. De hardvochtige schout Limpens is dood. En Wolfhagen is vrij!


Wolfhagen trilogie – brieven en epilogen door deelnemers

online-1256

Franz Leitner

brief aan Padre Jorge, Jezuïetenklooster te Brussel

Padre,

Graaf von Daun heeft besloten om Wolfhagen per direct te verlaten. Wij hebben geprobeerd om het buurtschap te helpen met het bestrijden van de duivelse bende, maar de lokale bevolking blijft willens en wetens de bendeleden in bescherming nemen, ook wanneer die hun misdaden bekend hebben. Op deze manier kunnen wij ons werk niet doen, en onze verder aanwezigheid kan niet meer tot een goede afloop leiden.

We hebben toch nog een aantal van de leiders van de bende te pakken gekregen. De huidige leider van het zooitje, de notaris Martinus Looijmans uit Schinnen, is echter tot nu toe de dans ontsprongen. Bewijzen en schriftelijke getuigenissen over hem zal ik u doen toekomen, en ik hoop dat u hiermee in staat bent om dit gevaarlijk sujet definitief uit te schakelen.

Ik heb verder, naast de lijst die Arend u heeft doen toekomen, nog beschikking over een lijst van mensen die nog tot de bende zouden behoren. Wat mij betreft steekt u echter geen moeite in het uitzoeken van de details, en maakt u maar beter het hele dorp met de grond gelijk. De inwoners zijn op z’n minst medeplichtig, en ik zou er geen één onschuldig durven noemen.

Wat mijzelf betreft, ik heb besloten om mijn dienstverband in het leger te beëindigen en terug te keren naar Oostenrijk, waar ik van plan ben om mij met mijn geliefde te vestigen op een rustige plek, ver van duivelsaanhangers en ander gespuis. Ik heb geprobeerd om de Heilige Alliantie voor zover mijn capaciteiten dat toestonden zo goed mogelijk te dienen, en ik hoop dat u toch nog tevreden kunt zijn over mijn werkzaamheden. Mocht de heilige moederkerk mijn verdere assistentie nog nodig hebben, dan sta ik natuurlijk altijd tot uw beschikking.

Uw dienstwillige dienaar,

Franz Leitner


DSC_0107

Helene Daniels

20 augustus 1751, Neustift in Stubaital, Österreich

Mien liebste Lena,

Mijn excuses op papier kunnen niet voldoende uitdrukken hoe spijtig ik het vind dat ik geen afscheid van je heb kunnen nemen. Ons vertrek was noodzakelijk en Franz heeft me op het hart gedrukt niemand te vertellen dat we Wolfhagen zo snel mogelijk gingen verlaten. Zeg me, heeft dat monster van een notaris mijn kastijding overleeft? Ik slaap niet tot ik weet dat die verschrikkelijke man zich bij zijn geliefde duivel gevoegd heeft.

Van Bertus Kremers heb ik een aanzienlijk geldelijk bedrag ontvangen. Dit was bedoeld voor het aanvullen van de kelder van de herberg, maar ik ben niet in de gelegenheid geweest om de daalders daar ook daadwerkelijk aan te spenderen. Ze dienen nu ook hun doel, maar dan voor het vullen van de kelder van onze prachtige boerderij, met uitzicht op het idyllische Kamplerwald.

Pas goed op jezelf.

Liebe grüssen,

Hélène Leitner – Daniëls

 

PS. mocht Gottfried von Wells nog leven, biedt hem mijn welgemeende excuses aan.

PPS. mocht Agnes Boonsma nog leven, biedt haar mijn welgemeende excuses aan voor de dood van Heyn.

PPPS. mocht de muntmeester nog levende familie hebben, biedt hen mijn welgemeende excuses aan voor zijn dood.


online-1348

Martinus Looijmans

Martinus wreef vermoeid over zijn zere been. Het was een lange nacht, maar de winst was groot. De tiran verdreven, een akkoord met de Republiek… Er was gisteren veel bereikt.

Nu was het een kwestie van tijd, tot de diplomatie haar werk had kunnen doen. Voor de Bokkenrijders was het nu zaak te verdwijnen. Wachten op informatie, op geld. Om over een paar jaar weer op te staan, en als een golf van chaos en geweld weer over Overmaas te spoelen, net zo lang tot ieder dorp, buurtschap en gehucht verlost zou zijn van de Habsburgse zwijnen en de tirannieke kerk.

Maar dat was voor later. Vier jaar, misschien vijf. In de tussentijd waren er nog genoeg losse eindjes om af te handelen. De notaris pakte een vers vel papier, en doopte zijn pen in de inkt. “Betreft: verzoek om informatie aangaande de woonplaats van de familie Leitner…”

Uit: “De Bokkerijders” van Anton Blok (op basis van stukken uit het Rijksarchief Limburg)

“De omstreden notabele Paulus Martinus Looijmans trad in 1750 en 1751 op als procureur voor de beklaagden This Swinnen, Michel Hennix en zijn zoons Peter en Joannes. Looijmans maakte er geen geheim van dat hij met verschillende bendeleden en hun verwanten regelmatig contact had onderhouden en sommigen hadden hem inderdaad op allerlei tijden van de dag (en nacht) in zijn huis bezocht. Hij vroeg zich dan ook af ‘of hij als notaris en procureur zulks niet zou hebben kunnen doen’ en ‘of gesuspecteerde en zelfs criminele personen niet hun defensie mochten zoeken in te spannen ’t zij dan bij dag of bij nacht?’

Vanwege zijn frequente contacten met tal van bendeleden werd hij er later van beschuldigd dat hij ‘de aanvoerder en beschermer geweest zou zijn van de complicen der bende van moordenaars en gauwdieven en strafbare brandstichters.’ Looijmans werd in juni 1754 gearresteerd en gedetineerd op kasteel Ter Borch en eind februari 1755 bij vonnis van het gerecht van Schinnen voor tien jaar ontheven uit zijn functie van notaris. Over zijn aandeel in de bende kon niets worden bewezen.”
Willem Joseph Fabritius


online-1326

Aan de Schepenbank te Schinnen

Hoogh Geachtte Heeren,

Middels dit schrijven doe ik, Willem Joseph Fabritius, verslagh van de recente vreeslijke gebeurtenissen in Wolfhagen.

Het mooghe bekend zijn dat ik aldaar ben weder gekeerd uit Brussel, alwaar ik door de Landvooght zelve was gezuiverd van elke blaam van beschuldiginge ende kwaadsprekerij tegen mij.

Bij mijn terugkeer trof ik een alles behalve rustig dorp. Zo’n menge aan kwalijke en duivelse gebeurtenissen voltrokken zich in de dagen daarop, dat zij onmooghlijk met recht in een schrijven te vatten zijn. Een kort zakelijke opsomming zal ik U hieronder doen toekomen, Voldoende om u de hoofdlijn dezer tragedie te doen beschouwen. Nader zal ik u informeren bij ons weerzien.

Reeds in de avond van mijn wederkeer verscheen den ganze familie Zwart, allen veroordeeld en vogelvrij, bij den herbergh. Met hen verscheen een jonkhere uit Wenen, herr von Galen, die de vader dezen lieden bleeck te zijn. Hij nam hen in beschermink, een afspraek daartoe gemaekt hebbend met graaf von Daun. Voornoemde afspraek voorafgaand bleeken de soldaten van de graaf reeds 1 der Zwart’s bendeleden te hebben gedoodt.

Dit ware het eerste der lange rij slachtoffers ener langzaam toenemende histerie in Wolfhagen, waaronder oock:

– Anton Brooike, gehangen

– Henk Zwart, neergeschoten op den vlught

– Balthus de Geus, nam zijn eighen leeven ten tijde van ondervraging door Inquisitie

– Hein Reynders, nam zijn eighen leeven ten tijde van ondervraging door Inquisitie

– Gottfried von Wells, neergeschoten op den vlught

– Rafael Brooike, vermoord door Ward Zwart

– Ward Zwart, gedood na voornoemde moord

– gravin von Daun, gedood door haar lijfwacht

-voornoemde lijfwacht, daarop gedood door den Graaf von   Daun

– Schout de Limpens, neergeschoten door Pier Bruyneels

– 2 mannen ende 1 vrouw der Heiligh Roomse Inquisitie

– ene rakker uit Schinnen

Zoals u ziet, menig tragedie heeft zich in Wolfhagen afgespeeld. Daartoe komt nog de ontploffing der molen en branden in het schoolhuys.

Wat moet er worden van mijn geliefd Wolfhagen? Het Habsburgse leger en de Roomse kerk zoecken mogelyk wraek en worden aanstonds al hier verwacht. Daarom kan ik niet anders dan eenieder aansporen elders veiligheid te zoecken. Ikzelf reis nu naar Oirsbeeck met mijn vrouw. Mijn tijdelyke aanstellingh als adjudant schout zou ik hiermede gaarne beeindigen, met het advies aan U om goede jonge wetsdienaars te zoecken die als adjudant ende schout het vertrouwen der inwoners van de heerlykheid kunnen herwinnen.

Ik spreek U snel nader.

Tot die tyd, moge de Heer u beschermen.

 

Hooghachtend,

Willem Joseph Fabritius


online-1322

Mechteld Fabritius

“Eindelijk heb ik Willem weten te overtuigen dat zijn geliefde geboorteplaats en bevolking echt niet meer te redden is. Wat een stelletje domkoppen zijn het. Ze hadden gewoon een tijdje rustig moeten blijven en dan had alles goed gekomen. Die Nederlanders zullen nu wel eerst wachten tot de rook en het stof is neergedaald voor ze terugkomen. Vrij Wolfhagen…. Had even rustig gebleven en je was van al die stomme adel enz. Af geweest en je had je vrijheid gehad voor iedereen.

Nog even de brief voor Netteke afschrijven. Die is gelukkig wel verstandig en vertrekt naar het op gegeven adres. Ik zal zorgen dat ze daar een goede betrekking of eigen slagerij kan beginnen.

Wij eerst nog maar even snel wat herinneringen van Willem inpakken en dan snel weg hier. Eerst maar even naar Oirsbeek en dan door naar Amsterdam en de rest van de wereld.

Wel erg jammer. Ze hadden écht hun vrijheid kunnen krijgen zonder dat al die doden nodig waren geweest. En of ze nu beter af zijn?? Ties en zijn bende??? De kruidenvrouwen???? Ik betwijfel het. Hopelijk blijven er toch nog een paar leven zonder al te veel geestelijke en lichaamlijke schade nadat iedereen weer is vertrokken dadelijk. Wellicht gaan we dan nog eens kijken en helpen om het weer op te bouwen. Het is tenslotte nog steeds Willems geboortedorp en het was een fijn dorpje voor alles volledig uit de hand liep. Nu maar gauw op pad…


online-1282

Hannah Zwart

Daar gaan jullie dan, gedrieën de grond in. Er is ons gevraagd of we nog wat wilde zeggen voor ze het gat dicht gooien, dus bij deze. Dank jullie wel Kay en Ward, dat jullie terug zijn gekomen naar het Slagthuys, zodat we afgelopen maanden heel wat lol hebben gehad met elkaar. Dat jullie een kameraad zijn geweest voor Henk. Maar vooral dat jullie Suuske hebben meegenomen. Dank je wel Henk, dat je er altijd oor mij bent geweest, ook in de laatste periode toen het allemaal niet zo goed ging. Want ookal nam de verslaving soms jouw humeur over, toch was je familie alles voor je. Je zei het niet, maar ik zag je wel van trots glimmen als Suuske weer eens goed van zich afbeet, of als ze weer met een pot vol met eten thuis kwam. Ik vind het fijn dat je zo in de laatste dagen van je leven ook heb mogen ervaren om vader te zijn.

En nu liggen jullie hier. Het heeft me een lieve duit gekost maar van meneer pastoor mogen jullie toch op de begraafplaats jullie laatste rustplaats krijgen. Tegenover ons gezellige thuis.. .pa heeft mee betaald aan een mooie steen voor jullie…de grootste van allemaal, zodat niemand jullie zal vergeten. Suus en ik gaan met pa mee, naar zijn huis. Terminste komende periode, ik ben helemaal klaar met die hypocriete bende hier in wolfhagen, maar vooral om uit het zicht te verdwijnen van die zwarte kapitein. Ik wil niets meer met die lui te maken hebben. Ward …jouw pistool heb ik nog…zodra ik het kan gebruiken stuur ik de kogel fabritius’ kant op….

Tja, Misschien weet pa nog wel een geschikte man voor Suuske, als zij dan onder de pannen is, zal ik waarschijnlijk terug komen. Dat Habsburgse gedoe is toch niet helemaal mijn ding….ik houd het als fijne kleuter-herinnering, dat is voldoende…..dus lieve broers, rust zacht waar dat ook moge zijn, en tot snel weer

“Hier liggen de botten van de gebroeders Zwart je aan te staren, ik zou willen dat het de jouwe waren”


online-1302

Moeder Overste

Pater noster, qui es in caelis, Sanctificetur nomen tuum.

Uw naam worde geheiligd. Lieve Heer, U weet toch dat er hier nog velen zijn die Uw naam oprecht heiligen. En dat er veel verdwaalde schaapjes, of moet ik zeggen bokken, zijn die terug moeten worden geleid naar het Licht. Niet in de laatste plaats Uw dienaar gewezen pastoor Adriaan van den Koerbelt, die zo gekweld door werd hen die zeggen U te dienen. Ik hoop dat hij gelukkig herenigd wordt met zijn vrouw Josephine. Zij hebben al voldoende ellende meegemaakt. Ik zal mijn oude jeugdvriend missen, maar in Holland is hij in ieder geval ver van de bende waar hij zo lang lid van was. Ik zal straks eerlijk aan Kanunnik De Bergeijk opbiechten dat hij niet in Oirsbeek is, maar in ‘s-Gravenhage en dat hij niet meer naar zijn parochie terug zal keren. Dat hij een bokkenrijder was weet U al, dus het heeft weinig zin om dat nog hardop tegen iemand anders te zeggen, toch ?

Adveniat regnum tuum. Fiat voluntas tua, Sicut in caelo et in terra.

Uw wil geschiede op aarde zoals in de Hemel. Het is moeilijk om te onderscheiden wat Uw wil werkelijk is, de laatste tijd, Lieve Heer. Met al die hoge Heren van de Kerk en de Wereldlijke macht die allen hun eigen belangen meenemen. En geen van hen denkt aan de belangen van Wolfhagen. Was het Uw wil dat Uw dienaren uit Rome stierven op het galgenveld ? Ik zou het u niet kwalijk nemen, want ik ben ervan overtuigd dat zij niet uit Uw naam handelden. Maar was het dan ook Uw wil dat Rafaël en zijn geliefde Johanna nooit de huwlijksgelofte af zullen leggen ? Is het werkelijk Uw wil dat Suuske en Hannah nu alleen verder moeten met hun (groot)vader ? Die man ? Ik weet dat Heinrich van Galen ze beter kan beschermen dan Henk ooit gekund zou hebben. Maar Lieve Heer…als hij ze van hier wegneemt, hoe kan ík ze dan nog beschermen, vooral tegen hem ?

Panem nostrum quotidianum da nobis hodie,

Geef ons heden ons dagelijks brood…maar hoe moet dat zonder de bakkersfamilie Brooike ? Zonder Jan Mulder, zonder molen ? Morgen zal ik eens met Lena gaan praten over hoeveel geld er nodig is om de molen te herstellen. Arme Lena. Ik hoop dat Jan snel terugkeert. Daar zal ik straks nog een kaarsje voor opsteken. Ik moet nog nieuwe kaarsjes op het galgenveld zetten voor Rakker Joost Prinsen en die arme ziel, die de Bokkenrijders voor onze ogen verbrand hebben. Ik hoop van ganser harte dat dat niet Jan was. Maar brood is niet de enige dagelijkse behoefte waar ons dorp niet meer in kan voorzien. Stuur ons een arts, Heer, en een pastoor die deze kudde weer het rechte pad op leidt, een schout die rechtvaardig en geduldig is. Geef ons een aardse beschermheer die ons kan leiden en verdedigen, die het beste voor heeft met Wolfhagen.

Et dimitte nobis debita nostra,Sicut et nos dimittimus debitoribus nostris.

Vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.Vergeef de misleidde zielen en leid hen naar Uw licht, terug het rechte pad op. Ik hoop dat U Henk, Ward en Kay opneemt in Uw Liefde, ook al hebben zij geen van allen het Laatste Sacrament kunnen ontvangen. Ontferm u over hem. En ook over hen, die geen andere uitweg meer zagen dan zichzelf van het leven beroven. Ik weet dat dat een Kapitale Zonde is. Maar ik weet ook dat Uw vergeving groot is. Dat u omnipotent bent en dus hun moment van zwakheid zal begrijpen. En waak over al die mensen die nu op weg zijn om zo ver mogelijk hiervandaan te zijn. Die zich hier niet meer veilig voelen, die bang zijn voor represailles van het Leger, de Bokkenrijders, de Kerk. Die niet meer weten wie vriend of vijand is. Die bang zijn voor oorlog en verwoesting en daardoor geen andere uitweg zien dan hun thuis en wellicht zelfs hun geloof te verlaten. Ontferm u over hen en laat Sint Christoffel over hen waken tijdens hun reizen.

Et ne nos inducas in tentationem: Sed libera nos a malo.

Leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het Kwade. Maar wat is dat kwaad nu werkelijk ? Zijn dat de Habsburgers ? De Hollanders ? De Pruisen, Fransen, Engelsen ? Zij die zeggen in Uw naam te handelen, maar alleen door eigen belang gedreven worden, of zij zich nu tot de Heilige Roomse Kerk rekenen of tot de Calvinisten, Lutheranen, Anglicanen, Puriteinen ? Misleidde zielen die zich hebben laten verleiden tot vreemde rituelen omdat zij hopen dat hun dorp daar sterker door zou worden ? Zal mijnbouw ons dorp rijk maken of met de grond gelijk ? Laat het leger een spaan heel van ons, wanneer het komt ?

Heer, het Klooster van Licht en Liefde heeft haar deuren altijd wagenwijd open staan, maar ik vraag me af of we niet onze poorten niet moeten sluiten en onze devotie achter gesloten deuren moeten tonen. In een wereld waar mensen, zelfs nonnen, spoorloos verdwijnen. Waar mensen beoordeeld worden, veroordeeld worden omdat ze oprecht mensen willen helpen. Waar de Zeven Werken van Barmhartigheid door het gezag in twijfel getrokken worden en de 10 geboden met voeten getreden worden door hen die een voorbeeldfunctie zouden moeten hebben. Laat me zien dat de zusters hun goede werk voort kunnen blijven zetten buiten deze muren. Want langzamerhand zie ik geen andere uitweg meer dan van ons klooster een vesting te maken. En ik weet dat dat nooit Uw bedoeling kan zijn en eigenlijk wil ik onze orde niet afsluiten van de wereld, als er nog zoveel werk voor ons ligt buiten het klooster.

Heer, toon mij het pad dat ik in moet slaan, zoals U Notaris Looijmans en de heer Reijnders op mijn pad stuurde toen ik niet meer wist tot wie ik me moest wenden. Hou uw schaapjes vroom en uw dienaren geduldig. En wijs me de weg. Uw pad van Licht en Liefde.

En als het niet te veel gevraagd is… kunt U er dan ook nog voor zorgen dat de frambozenstruiken in de kloostertuin dit jaar net zo zoete vruchten dragen als vorig najaar ? Het kloosterbier is nog nooit zo goed verkocht als op de afgelopen jaarmarkt.

Amen.


wolfhagen 3 - epilogen

 

Inquisiteur Giorgio Bormiole

“Het laatste wat Giorgio zag was een brandende duivel en een mens met een kap over het hoofd die hem neerstak. De pijn was verbazend, maar het was snel voorbij. Voor hem, in de verte zag hij licht. Hij stond op en terwijl hij naar voren liep viel het hem om dat hij begeleid werd door vele anderen… hij zag zijn gewaarde mede inquisitieleden… die nog steeds met hem mee liepen. Hij kreeg geen woord over zijn lippen, maar alles in hem riep dat hij door moest naar het licht… gezamelijk liepen ze verder. Het licht kwam dichter en dichter bij… het werd warmer, alsof de stralen van de zon bij het licht vandaan kwamen. En toen, toen stapte Giorgio in het licht. Hij knippert even met zijn ogen, wreef erin, knippert nogmaals. En hij voelde het woord over zijn lippen komen… ‘Heer?'”


online-1315

Netteke Kremers

Daar zit ik dan, achter op de kar van een boer. Ik krijg een lift van hem tot Borg. Daar stopt hij dan. Ik mag er overnachten als ik wat kippen voor hem slacht en klaarmaak. Prima.

Het is nu iets meer dan twee weken geleden, dat ik Wolfhagen verliet. Bertus zou nu ongetwijfeld de brief hebben gelezen en een oordeel hebben gevormd. En de rust daar is wellicht al over. Het Vaticaan zal ongetwijfeld in actie komen.

Wat wat het moeilijk om zo weg te gaan zeg. Ik kon mezelf er niet toe zetten afscheid te nemen.

“Lieve Bertus, Mechteld schrijft deze brief voor me.” zo begon hij.

“Het lukt me niet op een andere manier afscheid van je te nemen, want dan kan ik het niet. Als we in Wolfhagen blijven, zijn we ten dode opgeschreven. Jij sterft daar liever, dan dat je ergens anders naar toe wegvlucht. Ongetwijfeld heb jij het vertrouwen er in dat “jullie” samen het wel redden, maar Bertus, ik denk dat jullie enkel een kans maken, als er een Godswonder gebeurt en dat zal enkel zijn als jij daar aan mee werkt. Je weet wel wat ik bedoel. Ga alsjeblieft naar de Kanunnik. Ik kan hier niet mee leven.

Mechteld en Willem gaan me nu helpen om hier weg te komen en een andere plaats te vinden om een toekomst voor ons te maken. Eentje waar minder rare dingen gebeuren.

Anna is vooralsnog veilig en ze komt niet terug voor ze zeker weet dat het ook in Wolfhagen veilig is. Hetzelfde geldt voor mij en dan wil ik enkel terugkomen om je mee te nemen.

Houdt alsjeblieft de panden in eigen beheer en pas op voor Ties. Hij heeft meer invloed dan je wellicht denkt en is tot dingen in staat waar ik nog niet eens aan durf te denken zonder naar de biecht te gaan.

Lief, het spijt me dat het zo loopt. Je blijft bij mij, mijn hele leven lang, hoe hardnekkig je ook de passen weigert te nemen.

Ik neem je mee, waar ik ook heen ga, met alle herinneringen aan het laantje met de veldkapel, nachtelijke stiekeme wandelingen, de achterkamer, de kerkbankjes, de kromme boomstam en ons heerlijke chaotische dorpje, inclusief de keren dat je toch andere plannen had dan ik.

Altijd.

Ik zal je weerzien, hopelijk.

Onderaan staat een adres dat we van Mechteld en Willem hebben gekregen. Mocht je je bedenken, dan kun je hier terecht en wellicht via de mensen hen of mij weer vinden.

Kus, altijd de jouwe,

Netteke

 

P.S. Laat je Martin ook een beetje voor je zorgen? Geef hem ook een knuffel. Ik had niet zo lelijk tegen hem moeten doen. Hij was ook maar zoekende”

Mechteld had het in sierlijke letters opgetekend. Toen ze er mee klaar was, bleek Anna al weg te zijn. Ook van haar kon ik geen afscheid nemen dus. Ik denk dat ze heel snel vertrokken zijn. Ik wilde eigenlijk nog meer brieven geschreven hebben, aan Sjra en Trui en Faesken, voor het geval ze terug kwamen. Maar er was geen tijd meer.

De enige waar ik nog afscheid van heb genomen is Lena. Die weigerde ook om mee te gaan. Ze vond dat ze toch niet weg kon zonder Jan. Wat nu als Jan terug zou komen? Ik begreep haar wel, maar vreesde het ergste.

Er was verder weinig tijd. Ik heb mijn spullen gepakt. Het was niet veel, maar wel mijn slagersbijl, handkruisboog en langboog en wat spullen om te overleven. Het berenvel heb ik ook maar meegenomen. Lekker warm en als het moet een appeltje voor de dorst.

In Maastricht heb ik Anna en Peer niet kunnen vinden, dan moeten ze toch naar Amsterdam zijn gegaan. Ik vraag me af of hij eigenlijk overal onder dezelfde naam gaat, gezien zijn dubbelfunctie. Voor het zelfde geld noemt hij zichzelf anders in elk dorp. Nou ja, Netteke, niet aan denken. Je zult ze vast wel vinden. Anna Scharlaken, zou ze straks zo door het leven gaan?


 

online-1307

Bertus Kremers

Beste Netteke,

Ik wil je even zeggen je brief gevonden te hebben en mijn oordeel wel degelijk gevormd.

In je schrijven zeg je dat er een godswonder moet gebeuren voordat het eventueel goed komt, maar je weet hoe ik daar over denk.

Als god zou bestaan zou hij de hapsburgers nooit uitgevonden hebben.

Als hij de hapsburgers naar eigen evenbeeld heeft gevormd heb ik ook mijn bedenkingen.

Ik ben er in ieder geval wel achter dat je meer geld hebt dan ik wist.

Over wat je schrijft over onze nachtelijke wandelingen en vooral de laan met het veldkapel moet ik je nog iets opbiechten.

Weet je nog de schatkaart die achter het schilderij in de slagerij gestoken was.

We hebben er uren gezocht en niets gevonden maar ik moet je bekennen dat ik de volgende dag terug ben geweest en de schat opgegraven heb.

Ik denk er over om voor Lena en Jan de molen opnieuw te laten bouwen.

De school zal zeker ook snel opgebouwd gaan worden zodat iedereen leert lezen en schrijven en dat het niet alleen voor die pruikenkoppen voorbehouden blijft.

We moeten zeker ook een ruimte hebben waar mensen gezellig met elkaar van gedachte kunnen wisselen en of daar de herberg nu zo geschikt voor is weet ik niet.

Marten en ik hebben grote plannen met de slagerij.

We gaan een stuk aanbouwen en vlees gerechten presenteren aangezien Marten in heel veel landen is geweest heeft hij ideeën om schnitzel en goulash en nog vele andere dingen te maken.

Nu de zwartje een beetje uitgedund zijn denk ik er over om de voormalige panfabriek genaamd “Het Verval” in het dorp beter gekend als de zwarte kroeg die ik op 5 maart 1677 gekocht heb voor 12 rijksdaalders en 70 centen om te bouwen tot een gezellige ruimte waar we dan ook met vlees gaan werken en mensen ook gezellig samen zijn al zal daar niet veel van gedachte gewisseld worden. Maar Moeder Overste is het daar geheel niet mee eens.

Ik blijf erbij dat Anna beter af was geweest met Ties Looijmans maar ja ik hoop voor haar dat ze een juiste beslissing heeft genomen en nog eens aan komt als ze in de buurt van Wolfhagen is.

Ik zal zeer veel aan je blijven denken maar moet ook eerlijk zeggen dat het nu lekker rustig is ook nu ik je niet ter aller tijden in de gaten hoef te houden in welke sloot je nu weer valt.

Ik heb hele fijne jaren met je mogen beleven maar nu jij je geluk ergens anders bent gaan zoeken moet je van mij niet verwachten bij de pakken neer te gaan zitten en ook ik ga mijn geluk zoeken.

Toen ik jou leerde kennen was ons leeftijd verschil 14 jaar en eerlijk is eerlijk dat mag nu wel iets meer zijn.

Het gaat je goed

Bertus Kremers


online-1257

Guusje Brooike

De zon spiekt net boven de horizon als Guusje de deur achter haar dicht trekt. Een normale tijd voor een bakker om al in touw te zijn, dus hoogstwaarschijnlijk niks alarmerend voor de nog slapende dorpsbewoners. Ze glimlacht als ze zich bewust wordt van haar gedachtegang: normaliter zou zoiets nooit in haar opkomen, maar de Wolfhagenaren zijn schrikachtig… en dat is niet verwonderlijk.

Wat een paar dagen geleden nog werd voorbereid als een familiebezoek – eindelijk weer eens neef Anton en zijn vrouw bezoeken, en het scheen dat Raphael ook weer terug was – zou uiteindelijk veranderen in een complete nachtmerrie. Maar uit deze droom wou ze maar niet wakker worden…

Als iemand haar verteld zou hebben dat ze Wolfhagen zou ontvluchten, met de schramele bezittingen van de bakkerij onder de arm, zou ze diegene voor gek verklaard hebben. Maar toch is dat hetgeen ze nu doet. Ze kijkt eenmaal achterom, naar de vertrouwde gevel met het uithangbord. Terwijl ze zich weer afwent, fluistert ze: “Sorry Anton, maar ik kan niet voldoen aan je wens om de bakkerij staande te houden. Straks staat hier het Habsburgse leger en zal Wolfhagen branden. Het is mij gelukt om aan de goede kant van de graaf en de inquisitie te blijven, maar het leger zal nietsontziend zijn…”

Met gemengde gevoelens begint ze aan haar reis, terug naar Oirsbeek. Hoe had het rustige buurtschap, waar ze al sinds haar jeugd regelmatig kwam, toch kunnen vervallen in zulk een chaos? Ze zou toch wel eerst moeten gaan biechten in Oirsbeek. De dingen die ze had gezien, gehoord en gedaan… en dan nu ook nog zeker de ochtendmis mislopen! Ze slaat een kruis en mompelt een weesgegroetje. Ze herhaalt het laatste stuk nogmaals in haar hoofd: ‘Sancta Maria, mater dei. Ora pro nobis peccatoribus, nunc et in hora mortis nostrae. Amen.’ De Heer weet hoezeer de tekst van toepassing is op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen.

Het had wat moeite gekost om buurjongen Gijs over te halen om een paar dagen op de bakkerij te passen. Mam kan het immers niet meer aan om alles alleen te moeten doen. Maar het was al zo lang geleden, en ze had toch echt sterk de behoefte om haar familie in Wolfhagen weer eens te bezoeken.

Wellicht was het Gods wens dat ze daar in Wolfhagen was, ten tijde van deze onrust? Maar waarom had ze dan niks kunnen doen om Antons veroordeling of Raphaels dood te voorkomen? Of hun te helpen met het doel waarvoor ze het leven hadden gelaten: de rust in het dorp herstellen?

De aanblik van de gevangen genomen Anton, die avond in Schinnen, doemt op in haar gedachten. Wat was dat toch voor blik in zijn ogen? Acceptatie van zijn lot, verdriet, wanhoop? Tot haar spijt was het te donker om hem echt in de ogen te kunnen kijken. Het was een veel te kort afscheid, maar ze zou het nooit gehad hebben als ze geen omweg zou hebben gemaakt op weg naar Wolfhagen. Dus daar was ze dankbaar voor, hoe pijnlijk en onverwachts deze ontmoeting ook was. Het aanzicht en zijn woorden waren veelvuldig in haar gedachten geweest in de afgelopen dagen. Het was allemaal zo onwerkelijk. De ophanging… wat het ook was, de man die daar vulgaire taal uitsloeg was toch zeker niet Anton. Ze had willen schreeuwen, zijn naam willen roepen, hem nog eenmaal recht in de ogen kunnen kijken… maar ze kreeg geen geluid uit haar keel. En dan die beschuldigingen… nee, die kunnen gewoonweg niet waar zijn. Niet Anton. Die zou dat soort dingen nooit gedaan hebben.

De inmiddels gevormde brok in haar keel herinnert haar aan het gegeven dat Anton geeneens een fatsoenlijke begrafenis heeft gehad. Tenminste, niet dat ze weet. Zijn lichaam ontvreemd van de galg alvorens ze graaf Von Daun kon vragen om het vrij te geven. Zelfs de gebeurtenissen volgend op de dood van Raphael konden geen antwoord geven op haar vraag wat er met Antons overschot was gebeurd. Wederom liet haar spraak haar in de steek toen ze oog in oog stond met een gemaskerd persoon. Er was haar verteld dat deze zogenaamde ‘bokkenrijders’ helemaal geen duivelsvereerders waren, enkel wanhopige mensen die nauwelijks in staat zijn om hun gezinnen te voeden. Maar de allerminst vriendelijke blik vanachter het masker snoerde haar de keel. Ze had het juist toen willen doen, omdat er door de chaos een zeer kleine kans op ontdekking was, en ze door de maskers uberhaupt niet kon zien wie er voor haar stond. Zou het nog zin hebben om iemand te vragen een brief te sturen naar Wolfhagen, met het verzoek erin of iemand haar de lokatie van Antons laatste rustplaats zou kunnen vertellen? Ze zou toch graag zijn graf nog op kunnen zoeken, net als dat van zijn vrouw en Raphael.

Ongemerkt balt ze haar vuisten als ze Raphaels dood weer voor zich ziet. Zijn levenloze lichaam die ter aarde stort, terwijl Ward Zwart zich rustig omdraait en wegloopt, met nog rokend pistool in zijn handen. Godzijdank was de heer Fabritius in staat om later die dag het recht te doen zegevieren.

En ze was na de dood van Anton en het vernemen van de dood van Antons vrouw al zo bang geweest om ook nog Raphael te verliezen… Ze had geeneens zich kunnen verheugen op de verloving van Raf en zijn Johanna. “Vergeef me, Raf… ik had jullie moeten feliciteren.”

Haar wangen kleuren als ze terug denkt aan de dappere soldaat die de beer telijf ging met zijn hellebaard en de mysterieuze heer Cook die de bakkerij kwam opzoeken en die beiden haar prezen voor haar bakkunsten, ten overstaan van anderen nota bene! Hemeltjelief…

Op het kruispunt aangekomen, slaat ze de weg richting Oirsbeek in. Nog even, en dan zal ze weer thuis zijn. Ze neemt zich voor om haar vragen voor te leggen aan de kerkvader. Eerst biechten, en daarna naar mam om het slechte nieuws te vertellen.

Naar verluid zou er in de late namiddag, de dag na het vertrek van Guusje uit Wolfhagen, een boerenkar arriveren op het dorpsplein. De lading: broden, zoetwaren en zelfs gebak. De boer overhandigde een brief aan de notaris, alvorens met een lege kar weer te vertrekken.

“Geëerde heer Looijmans,

Aangezien ik verwacht dat de familie Fabritius inmiddels ook het dorp verlaten heeft, heb ik deze brief aan u gericht. Zuster Lucretia schrijft voor mij, voor alle duidelijkheid.

Weet dat ik Wolfhagen niet in de steek laat, ondanks mijn vertrek. Mijns inziens kan ik heden beter helpen vanuit Oirsbeek, met een werkende molen, bakkerij en bevoorrading.

Ik dank u voor uw hulp, en ik bid dat het aangekondigde Habsburgse leger niet zal komen. Mochten de Wolfhagenaren een heenkomen zoeken, weet dat u welkom bent in Oirsbeek.

Met vriendelijke groeten,

Guusje Brooike

 

PS: maakt u zich geen zorgen om de betaling, deze is reeds voldaan

PPS: Mocht u iemand weten die mij zou kunnen vertellen waar de laatste rustplaats van wijlen mijn neef Anton is, zou ik dat zeer graag vernemen”

Wat er sindsdien gebeurd zou zijn is onduidelijk. In ieder geval zou een paar jaar later, na het overlijden van Gientje Brooike, Guusjes moeder, de naam ‘Brooike’ verdwijnen van de gevel van de bakkerij te Oirsbeek. Sommige bronnen beweren dat Guusje verdween, maar geven geen duidelijkheid over de manier waarop. Een enkele bron claimt dat ze zou zijn teruggekeerd naar Wolfhagen, een ander dat ze zou zijn verhuisd naar een onbekende bestemming en weer een ander dat er een ‘Brooike’ zou zitten bij een nieuwe bende bokkenrijders. Er is ook een andere, wellicht meer voor de hand liggende verklaring: Guusje verdween niet, maar nam een andere naam aan doordat ze in het huwelijk trad. Maar zoals zoveel informatie uit die tijd, is de betrouwbaarheid van deze gegevens niet na te gaan. Wellicht zit er in elk verhaal wel een kern van waarheid. De enige die werkelijk weet hoe het zit, is de Heer.